Protestantse Gemeente Rijswijk


De Oude Kerk

Het gebouw
Hoe je ook loopt, je gaat “op ter kerke”: de Oude Kerk ligt op een oud binnenduin en is zo al eeuwenlang het middelpunt van Rijswijk. Hoe lang precies weten we niet.
Het eerste stenen gebouw is een kerk in Romaanse stijl geweest. We denken dan aan de 11de en 12de eeuw, een tijd die past bij de ontginning van de veen- en moerasgronden die we nu kennen als de diverse polders rondom Rijswijk. Mogelijk heeft er eerder een houten kapel gestaan. Bij de laatste restauratie kwamen twee grafstenen uit de 12de en begin 13de eeuw tevoorschijn. Toen was er dus zeker een kerk, waarin bovendien begraven mocht worden.

Na 1300 zijn er ook vermeldingen in akten bewaard gebleven, waaruit we namen van pastoors leren kennen. Uiteraard was de kerk toen rooms-katholiek. De patroonheilige is Bonifatius, maar of deze missionaris ook zelf deze streken heeft bezocht, is onbekend.
Van dat eerste gebouw is nog wel iets te zien: in de zuiderzijbeuk is boven de ingang naar “de crèche” nog een rond raam en een balk te zien. Vrij uniek is dat de uitbreiding van het gebouw in de 16de eeuw rondom de toren heeft plaatsgevonden, zodat deze binnen de kerkruimte kwam te staan. Rond 1524 was de verbouwing afgerond en had de kerk grotendeels de vorm die zij nu nog heeft.
Nu is het een kerk met een schip, twee zijbeuken en een torenomgang. Achter het koorhek bevindt zich een laag- en een hoogkoor. De grote kapel uit eind 15de eeuw is nu van het schip afgesloten en dient als vergaderruimte.

Restauraties
Het gebouw is diverse malen gerestaureerd. Dat was blijkbaar noodzakelijk, want in 1920 verbaasden de architecten zich erover, dat de kerk was blijven staan. De laatste restauratie vond plaats van in 1982 en 1983. De kerkbanken werden toen vervangen door stoelen en verder werd voldaan aan eisen van de moderne tijd. Sindsdien is de kerk ook in gebruik als concertruimte.

De Reformatie en haar gevolgen
Rond 1572 ging het gebouw over in handen van de nieuwe protestantse gemeente. We moeten ons daarvan geen grootse voorstelling maken: mede door het oorlogsgeweld, woonden er niet meer dan 252 mensen in het dorp. Veel aanhang had de nieuwe godsdienst in Rijswijk aanvankelijk niet. Zo bleef de heer van Te Werve katholiek en nam hij een aantal kerkelijke kostbaarheden onder zijn hoede. De protestanten wilde “kale” kerkgebouwen. Of er beelden gesloopt werden en schilderingen verwijderd, zullen we helaas nooit weten. In elk geval kwamen er tekstborden aan de muur, het oudste bord is van 1613. Omdat de protestanten in de minderheid waren moest de kerk in de Franse tijd eigenlijk aan de roomsen worden teruggegeven. Deze hadden echter inmiddels een eigen gebouw en zagen tegen een vergoeding van 4300 gulden van hun recht af.

De 17de eeuw
Tussen 1615 en 1617 was de kerk overvol: in Den Haag was de felle, contraremonstrantse predikant Henricus Roseus uit zijn ambt gezet. Met een kudde van honderden Hagenaars, de Ryswyck-Loopers, trok hij twee maal per zondag naar Rijswijk om daar de preek te horen – en misschien zelf voor te gaan. Deze stroom hield op toen Roseus c.s. de Haagse Kloosterkerk hadden gekraakt. Wellicht door de financiën die dat in het collectezakje bracht, kunnen we in de 17de eeuw spreken van een nieuwe inrichting. Rijswijk was immers maar een kleine gemeente: rond 1655 waren er 33 lidmaten.
Er kwam kerkmeubilair dat we heden nog gebruiken: de preekstoel (1620), een koorhek (1668), een lezenaar (1670) en een herenbank voor de ambachtsheer en zijn gevolg (1692). Het koor werd betimmerd met panelen (1645), die zich nu in de grote kapel bevinden. Zo ademt de kerk nog steeds een 17de-eeuwse sfeer.

De toren
Deze is wettelijk eigendom van de burgerlijke gemeente en dateert uit het eind van de 16de eeuw. De twee klokken zijn in 1681 vervaardigd.
Op de grootste staat de spreuk:

Door mijnen clanck
zij aan Godt danck.
Ick wijs met vlijt
Rijswijck den tijdt.


Het oude uurwerk uit 1682 staat nu beneden in de torenomgang.

De orgels
De Oude Kerk beschikt over twee orgels: een 18de-eeuws instrument van de hand van Joachim Reichner en een koororgel dat is in 1968 gebouwd door Hans Winkelman.
Al rond 1500 is er sprake van een orgel in de kerk, dat weten we uit oude archiefstukken. Het is verloren gegaan, mogelijk bij de brand van 1576. We weten zelfs de naam van een organist: in de kerk ligt nog de grafzerk van Cornelis van der Does, ‘orgelist’, overleden op 29 mei 1555.
Rond 1572 ging de kerk in protestantse handen over. In het algemeen bestond er na de reformatie weerzin tegen het instrument en was een voorzanger voldoende om de gemeente bij de zang te begeleiden. Waarschijnlijk was er in de 17de eeuw geen orgel in de kerk, maar dat bleek uiteindelijk geen succes. Rond 1736 vragen schout en kerkmeesters van Rijswijk aan hun ambachtsheren in Den Haag of er een orgel mag worden gekocht vanwege het “elendig en gedurig confuus singen” en omdat “een seer groot getal van alderhande soort van menschen in het singen door geen orgel bestiert werdende het ordentelijk maet houden bijna onmogelijk maakt.”
Het duurt echter nog vijftig jaar voor er daadwerkelijk een orgel in de kerk komt dankzij een legaat van Cornelia Schellinger.

Een nieuw orgel
Zij was de gefortuneerde weduwe van raadpensionaris Pieter Steyn en woonde na diens dood op haar buitenverblijf Ypenburg. Na haar overlijden in 1783 bleek dat zij in haar testament ƒ 8000 aan de kerk had vermaakt voor een nieuw orgel, onder voorwaarde dat de op de orgelkas de familiewapens Steyn en Schellinger zouden worden geplaatst en dat de schout/secretaris Hendrik Ravesteyn de leiding van de bouw op zich zou nemen. Uit diverse offertes werd Joachim Reichner als orgelbouwer gekozen. Deze in Zwitserland geboren vakman genoot al enige lokale bekendheid door zijn nieuwe orgel in de Abdijkerk van Loosduinen. Op 21 mei 1786 werd het Rijswijkse orgel in gebruik genomen en aan die dag herinneren twee borden in de torenomgang. Willem van der Meijden was de eerste organist.

Aanpassingen in de tijd
In de late 18de eeuw is het rococo in zwang. We kunnen dit in de Oude Kerk zien aan de ornamenten in Louis-XVI-stijl. Ook de mogelijkheden van het orgel waren bij de tijd: het moest voldoen aan “het opgaan in speelse mijmerijen in klanken, in bekoorlijke af- en aanzwellingen”.
In de loop der jaren is de registratie aangepast. Het is boeiend in Winkelmans boek het orgeljargon te lezen waarin deze zijn beschreven. Als voorbeeld restaurateur Lohman in 1839:
“Door de werking van de slepen op de windladen blijft het regeerwerk somtijds eene merkbare tegenstand in deszelfs bewegingen ontmoeten.” Winkelman gruwt bij de gedachte dat het voorstel van orgelmaker Spiering in 1926 zou zijn uitgevoerd: “het zou tot vernietiging van het Reichnerorgel hebben geleid.” Herstel was overigens wel noodzakelijk omdat het aanbrengen van heteluchtverwarming bij de kerkrestauratie van enkele jaren eerder voor het orgel schadelijk was gebleken Het duurde echter tot 1952-1953 dat de gewenste werkzaamheden door de fa. Flentrop plaatsvonden, maar in 1928 was wel de windaandrijving veranderd, waardoor de orgeltrapper overbodig werd.
In de jaren 1975-1976 was een volgende reparatie noodzakelijk, waarbij gestreefd werd de oorspronkelijke situatie van 1786 recht te doen. Ook deze werd door de fa. Flentrop uitgevoerd.


Oude kerk Rijswijk

De Nieuwe Kerk


In 1965-1966 is aan de Steenvoordelaan de Nieuwe Kerk gebouwd. Het kerkgebouw is ontworpen door L.P. van der Gaag. Het ontwerp was het resultaat van een prijsvraag. De kerk is op 3 mei 1966 in gebruik genomen door de Gereformeerde Kerk Rijswijk en kreeg toen de naam Licht-der-Wereldkerk. Dit was tijdens een kerkdienst waarin werd gepreekt over “Ik ben het Licht der Wereld” (Joh. 8:13) en “Gij zijt het Licht der Wereld” (Matth. 5:14a).

Architectuur
Architect Leen van der Gaag zei in 1966: “Kerk zijn is een gebeuren”. Dat uit zich in de bewust half open ellipsvormige kerkruimte. De rondtrekkende beweging is echter niet alleen horizontaal en niet alleen binnen waar te nemen, maar ook verticaal en buiten. Aan de zijde van de hoofdingang is prachtig zichtbaar hoe de muur van de kerk boven de glaswand sterk oploopt en zich met een gebogen lijn verheft tot wat men een toren zou kunnen noemen. Daarin hangt de luidklok met de inscriptie: “’t Licht dezer wereld is reddend verschenen”.

Glaswand
Een deel van de muur van de kerk wordt gevormd door een bijzondere glaswand ontworpen door Jaap Vegter. Door een gewoon raam zouden we vanuit de kerk de gewone dingen van alle dag zien. De ontwerper koos ervoor om die gewone zaken in een gekleurde glaswand te verwerken. Zo hebben we een heel andere kijk op het dagelijks leven, de dagelijkse zorgen. Wij zien in de wat donkerder kleuren bijvoorbeeld iemand die krampachtig een autostuur vasthoudt en een vrouw met een kinderwagen en iemand die de was ophangt. Verderop worden de kleuren lichter. De zon verschijnt en wij zien tenslotte de overwinnaars aan de glazen zee uit Openbaring 15.

Wandplastiek en handgrepen
In de hal van de kerk is een wandplastiek te vinden, dat Golgotha uitbeeldt. De driehoeken zijn niet los van elkaar te denken: zij beelden de solidariteit van Jezus met de mensen uit. Al het licht wordt naar het middelste kruis toegetrokken, waardoor Christus’ lijden centraal komt te staan. In de handgrepen van de kerkdeuren is de naam van de kerk uitgebeeld. De wereldbol en het oog (het licht) zijn gevat in de vorm van een vis. Het vissymbool (Ichthus) werd in de oudste tijd van het Christendom gebruikt als aanduiding van Christus. De vissen in de handgrepen zijn uitgaand, naar buiten toe gericht, de wereld in.
Wandplastiek en handgrepen zijn een ontwerp van Alb. van Dorssen.

Orgel
Oorspronkelijk stond in de kerk een orgel van de firma Flentrop uit 1968. Het had twee klavieren en een pedaal, 874 pijpen en is in 1969 in gebruik genomen. In 2004 is het orgel van de voormalige Johanneskerk hiervoor in de plaats gekomen. Dit is een Leeflang orgel met eveneens twee klavieren en pedaal. Het orgel bevat 1008 pijpen. De cantororganist van de Nieuwe Kerk is Philip Meijer. Het Flentrop orgel wordt nu gebruikt in de kerk van St. Sulpice de Roumagnac (Dordogne – Frankrijk).

Protestantse Gemeente Rijswijk
De Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente in Rijswijk hadden vóór 2004 vier kerkgebouwen. Bij de fusie van de beide kerkgemeenschappen in 2004 zijn de Johanneskerk en de Verzoeningskerk gesloten. Men besloot om samen-op-weg te gaan naar én vanuit twee kerkgebouwen: De Oude Kerk in Oud-Rijswijk en de Nieuwe Kerk aan de Steenvoordelaan. De Licht-der-Wereldkerk werd omgedoopt tot Nieuwe Kerk. Hiervoor werd een geheel nieuw liturgisch centrum ontworpen.
Wat bleef was het gebouw zelf: de kerkzaal, de ontmoetingsruimte, het zalencentrum, de glazen wand. De huidige opstelling van de stoelen maakt dankbaar gebruik van de ellips-vorm van de kerkzaal. In het midden van de gemeente is het liturgisch centrum. Aan de uiteinden van de open ruimte staan het doopvont en de kansel met daarop de bijbel en ernaast de Paaskaars. Tussen doopvont en kansel staat de Avondmaalstafel waar gaven en brood en wijn samen komen. De kerk is op zondag 10 oktober 2004 opnieuw ingewijd en toen in gebruik genomen door de Protestantse Gemeente Rijswijk.

(auteur: Hendrik-Jan Dijkstra)

Meer informatie: www.protestantsrijswijk.com


Nieuwe kerk Rijswijk
Nieuwe kerk Rijswijk